Omdat “het gehoor door het Woord van God is”, kunnen wij er even eens ze ker van zijn, dat God tot KaĆÆn en Abel moet heb ben gesproken. Zij hadden het Woord van Hem gehoord. Anders zouden zij gehandeld hebben door fantasie en niet door ge loof. Er zou geen sprake geweest zijn van gehoorzaamheid aan de ene kant en ongehoorzaamheid aan de andere kant.
